Frans Coenen
1866–1936
Frans Coenen (jr.) (Amsterdam, 24 april 1866 - aldaar, 23 juni 1936) was een Nederlands naturalistisch schrijver, essayist en literatuurcriticus. Hij was de tweede zoon van de componist Frans Coenen sr. (een van de oprichters van het Amsterdamsch Conservatorium) en Anna Maria van El. Frans Coenen groeide als kind enigszins geïsoleerd op doordat hij leed aan astma. In 1886 begon hij in Amsterdam aan een studie rechtsgeleerdheid, die in 1892 werd afgesloten met zijn promotie op het proefschrift De Fransche wet tot bescherming van verwaarloosde en mishandelde kinderen. Hieruit blijkt een sterke sociale bewogenheid. Eerder al had Coenen in zijn dagboeken blijk gegeven van een neiging tot melancholie en sterke zelftwijfel. Na een korte onbevredigende periode als journalist bij het Rotterdamsch Nieuwsblad was hij van 1894 tot 1910 recensent voor toneel, muziek en schilderkunst bij de Opregte Haarlemsche Courant. Ook ging hij meewerken aan De Kroniek, het tijdschrift van Pieter Lodewijk Tak. Daarnaast werd hij in 1895 conservator van het Museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht in Amsterdam. Hij huwde op 11 oktober 1899 met Louise Sophia Vischer. Zij hadden geen kinderen, omdat de depressieve Coenen dat niet wilde. Het huwelijk was daardoor niet gelukkig. Ook de naturalistische romans en novellen die hij in de jaren 1892 - 1905 publiceerde, getuigen van een sombere geest vol gevoelens van verveling en doodsverlangen. Titels als Verveling, Een zwakke, Bleeke levens en In duisterni
2 ספרים במאגר

